Ernst Kuipers in HuisartsenService

De nieuwe editie van HuisartenService is verschenen. Hiervoor deed buro33 onder meer een interview met Ernst Kuipers, voorzitter raad van bestuur van het Erasmus MC in Rotterdam en voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg.

Ernst Kuipers
“Samenwerken in de zorg is een absolute must!”

Het afgelopen jaar is prof. dr. Ernst Kuipers, voorzitter raad van bestuur van het Erasmus MC in Rotterdam en voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, voor velen een van de gezichten geworden van de tweedelijnszorg gedurende de coronacrisis. ‘De man van de ziekenhuisbedden’, zoals hij in de volksmond wordt genoemd, kijkt echter met een veel bredere blik naar de zorg en ziet hierbinnen een essentiële rol voor de eerstelijn.

De manier waarop zorg wordt verleend in de huisartsenpraktijk is de laatste jaren flink veranderd. Dit is deels het gevolg van de ingrijpende hervorming van het Nederlandse gezondheidszorgstelsel in 2015, waardoor de afgelopen jaren al veel zorg vanuit de tweedelijn de eerstelijn in gestroomd is. Dit van oorsprong met het oog op kostenverlaging en kwaliteitsverhoging van de zorg. Het heeft de eerstelijnszorg doen groeien. De COVID-19 pandemie heeft er een extra druk op gelegd, maar het heeft het afgelopen jaar ook andermaal de kracht van de eerstelijn aangetoond. “De eerstelijn heeft zich in de huidige coronacrisis opnieuw meer dan bewezen op tal van verschillende manieren”, aldus Kuipers. “Dat merk ik zowel in regionaal als landelijk overleg, de effecten van de inspanning van de eerstelijn zijn ook te zien in de ziekenhuiscijfers. Zo worden vele honderden patiënten thuis intensief verzorgd en gecontroleerd in plaats van dat zij in het ziekenhuis worden opgenomen zoals dat een jaar geleden gebeurde. Dit biedt een zeer forste ontlasting van de tweede- en derdelijn, waardoor in de ziekenhuizen overige zorg beter kan worden gecontinueerd.”

Versterkte eerstelijn
Ondertussen gaan er geluiden op vanuit de eerstelijn om het systeem zoals het zich de afgelopen jaren heeft gevormd verder om te gooien. De huisartsenpost is nu de plek voor huisartsgeneeskundige spoedzorg buiten de normale praktijktijden. Vanuit de eerstelijn wordt her en der onder meer geopperd om de huisartsenpost als 24-uurs centrum voor eerstelijnszorg te laten fungeren, waarbij er een directe lijn is met het ziekenhuis en dus ook alle patiënteninformatie gestroomlijnd gedeeld kan worden. De huisartsen fungeren in die situatie dan als dependances van de huisartsenpost in de wijk. Zo kunnen huisartsen(praktijken) zich specialiseren en nog dichter bij de patiënt staan. Kuipers zegt die discussie over een dergelijke ontwikkeling heel erg goed te snappen. “Naar mijn idee zou het de eerstelijn nog verder kunnen versterken en daarmee juist de zorg zoveel mogelijk dicht bij huis houden. In nauwe verbinding kunnen ziekenhuizen op vele manieren deze ontwikkeling versterken, onder meer door inbreng van expertise en ondersteuning bij monitoring op afstand.”

Zorg toegankelijk houden
De omwenteling van de eerstelijnszorg is onder het mom van ‘kostenverlaging en kwaliteitsverhoging’ ingezet, maar daarbinnen is uiteraard ook de ‘ontlasting’ van de tweedelijnszorg meegenomen. ‘Ontlasting’ is een woord dat inmiddels veel wordt gebruikt in de crisis waarin we nu zitten en begint in de publieke opinie om te slaan. Waar een jaar geleden nog werd geklapt voor de zorg, is er inmiddels ook heel erg veel onbegrip en ontkenning van het probleem met betrekking tot de overvolle IC’s, afgeschaalde andere zorg en de hoge werkdruk onder het zorgpersoneel. Kuipers vindt het in deze context dan ook een ongelukkige woordkeuze. “Aan communicatie valt altijd iets te verbeteringen. Het is echter de vraag of daarmee de omslag van de publieke opinie was voorkomen. De lange duur van de pandemie en de grote impact op brede delen van de maatschappij verminderen draagvlak en uithoudingsvermogen. Daar hebben we in die zin zelf aan bijgedragen door telkens te vragen ‘om de zorg te ontlasten’. In mijn optiek was dit een ongelukkige formulering. We vragen niet om de zorg te ontlasten, de zorg heeft het altijd druk. Waar we om vroegen was meehelpen om zorg toegankelijk te houden.”

We vragen niet om de zorg te ontlasten, de zorg heeft het altijd druk. Waar we om vroegen was meehelpen om zorg toegankelijk te houden

Nauwe samenwerking
Vanuit dit licht kijkt Kuipers met veel belangstelling naar de persconferenties van de (demissionair) minister president en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. “Ik vind het een sterke wijze van communiceren vanuit het kabinet.” In de breedte vindt Kuipers dat er een goede mix is geweest tussen aandacht voor beschikbaarheid van acute versus electieve zorg en dat ook de eerstelijn met inzet van veel verschillende personen uitstekend heeft weten te communiceren en aandacht heeft weten te vragen voor de eerstelijnszorg. Nu is het zaak om gezamenlijk op te trekken en klaar te zijn voor volgende pandemieën die ongetwijfeld gaan komen? “Het is evident dat COVID-19 onder ons blijft en dat voor de toekomst de kans op nieuwe pandemieën toeneemt, onder meer door de groei van de wereldbevolking, klimaatverandering, grote mobiliteit en intensieve veehouderij. Dat vraagt inderdaad om een goede voorbereiding, onder andere in de vorm van nauwe surveillance en inrichtingen van reservecapaciteit. Vanuit het Erasmus MC samen met de Erasmus Universiteit Rotterdam en de TU Delft hebben wij om die reden een centrum voor Pandemic and Disaster Preparedness opgericht.” Met dit centrum brengen Rotterdam en Delft topwetenschappers samen op medisch, technisch, logistiek en sociologisch gebied. Met een ambitieuze onderzoeksagenda heeft het centrum de ambitie het hoofd te bieden aan (toekomstige) pandemieën en rampen in de volle omvang én samenhang. “Niet alleen in Nederland, maar wereldwijd, is grote behoefte aan betere voorbereiding op pandemieën en rampen zoals de huidige coronacrisis. Het is evident dat de opvang van een pandemie staat of valt bij nauwe samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg.”

Het is evident dat de opvang van een pandemie staat of valt bij nauwe samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg

Snel tot een hoge vaccinatiegraad komen
De komende tijd moet de vaccinatiegraad en het tempo verder worden opgeschaald in Nederland. Kuipers heeft meermaals aangegeven dat ziekenhuizen in het algemeen een grotere rol kunnen spelen bij het vaccineren. Huisartsen zeggen hetzelfde. Op de vraag of in de toekomst, mocht er nog eens zo’n grootschalige vaccinatieprogramma nodig zijn, niet direct moeten worden gekeken naar ziekenhuizen en huisartsen om snel tot een hoge vaccinatiegraad te komen, zegt hij: “Huisartsen en ziekenhuizen zijn bij uitstek geschikt om bij te dragen aan grootschalig vaccineren.” Ondertussen wordt door velen enigszins jaloers gekeken naar een land als Amerika, waar het vaccineren momenteel heel erg snel gaat, terwijl ze door toedoen van de vorige president nog niet eens een strategie hadden toen we in Nederland al waren gestart met vaccineren. Kuipers heeft een aantal jaren in Nashville gewerkt en noemt de manier waarop daar wordt gevaccineerd efficiënt. “Ook in Amerika heeft men zich in eerste instantie gericht op zoveel mogelijk mensen een eerste vaccinatie toedienen om daarmee de kans op ernstige ziekte en ziekenhuisopname aanzienlijk te verminderen. Eenzelfde beleid is ook in Canada gevoerd. Het tempo van vaccineren in Amerika (100 miljoen mensen in 50 dagen) heeft allereerst te maken met de grote beschikbaarheid van vaccins, vervolgens is met man en macht door het gehele land een vaccinatieprogramma opgezet na wisseling van het presidentschap. Dit blijkt buitengewoon effectief.”

Blijvende bescherming
Kuipers noemt de sfeer en motivatie op de werkvloer van het eigen ziekenhuis goed, tegen de achtergrond van het feit dat mensen al heel langdurig bezig zijn en net als iedereen uitkijken naar een sterke en snelle verbetering van de situatie. Wat betreft die verbetering ziet hij de komende maanden verlichting. Het is echter geen reden om te verslappen. “Het is waarschijnlijk dat met het snel toenemen van de vaccinaties en het komende zomerweer de aantallen besmettelijke personen sterk naar beneden zullen gaan. We moeten er echter rekening mee houden dat de aantallen in het najaar opnieuw zullen stijgen, bij blijvende bescherming van de huidige vaccins echter tot veel minder grote hoogte dan eerder. Wel zal het vragen om diagnostiek en behandelcapaciteit.”

Langdurig onder hoogspanning
In Nederland is Ernst Kuipers door zijn veelvuldig verschijnen in de media ‘het gezicht’ van de Nederlandse (acute) ziekenhuiszorg geworden. Je zou hem zelfs een BN’er kunnen noemen, wiens mening over gevoerd beleid direct tot nieuws wordt gebombardeerd. Dit heeft de manier waarop hij zijn werk en uitspraken doet veranderd, zo stelt hij. “Op het moment dat er voor iedereen zoveel op het spel staat is het belangrijk om helder te communiceren, eens te meer wanneer veel ogen daar op gericht zijn. Dat moet gebeuren in een omgeving waarbij met heel veel mensen langdurig onder hoogspanning nauw wordt samengewerkt. Dat heeft mijn werk inderdaad fors veranderd. Ik troost mij met de gedachte dat het straks ook weer over gaat. Het zo op de voorgrond treden raakt het persoonlijk leven en dat van mijn naasten. Dat heeft alleen al te maken met het feit dat niet iedereen gecharmeerd is van boodschappen vanuit zorgperspectief. Gelukkig is de overgrote meerderheid van de mensen blij met communicatie en updates over de stand van zaken.”

De eerstelijn kan als radar in het grotere geheel met heldere communicatie er mede voor zorgen dat in de breedte de zorg toegankelijk blijft

Perspectief bieden
Waar de omgang met COVID-19 het land eerst verenigde voor ‘het grotere doel’, wordt het steeds meer verdeeld omdat mensen geduld beginnen te verliezen. De eerstelijn zou volgens Kuipers een grote rol kunnen spelen om ervoor te zorgen dat alle neuzen weer dezelfde kant op gaan staan. “Ik denk dat de eerstelijn door de hele nauwe connectie met de bevolking en de langdurige vertrouwensrelatie bij uitstek in staat is om perspectief en ook relevante informatie te bieden, bijvoorbeeld ten aanzien van het vaccineren, preventie en het langetermijnperspectief. Voor heel veel mensen is de eerstelijn daarbij dé eerste bron van vertrouwelijke informatie.” En op die manier kan de eerstelijn er als radar in het grotere geheel met heldere communicatie dus mede voor zorgen dat in de breedte de zorg toegankelijk blijft. Kuipers noemt het dan ook een les die is geleerd door de coronacrisis. “De pandemie heeft mij eens te meer aangetoond dat samenwerken in de zorg een absolute must is!”


[Dit artikel verscheen oorspronkelijk in editie 2, 2021 van HuisartsenService | Fotografie: Lizzy Ann / About The People]

%d bloggers liken dit: